8 – 80 principe

8 – 80 wil zeggen dat alle voorzieningen gebruikt moeten kunnen worden door mensen tussen deze leeftijden.
Alleen dan is er goed ontworpen.

Over dit onderwerp werd in Dordrecht door ons een speciale avond georganiseerd (op 30 september 2016 in duurzaamheidscentrum Weizigt).

Onderwerp van gesprek was het concept ‘8 tot 80’.
Door Wim Bot, beleidsmedewerker landelijk bureau, is uitgebreid toegelicht wat dit inhield en waarom het belangrijk is om met dat concept naar de stad te kijken.

Door te ontwerpen voor 8-jarigen en 80-jarigen, kan de stad nog aantrekkelijker worden. Het gaat daarbij om een buitenruimte die niet alleen geschikt is om zo snel mogelijk van A naar B te gaan, maar ook om te verblijven. In de stad ontmoeten mensen elkaar immers.
Het gaat naast goede fietsinfrastructuur dus vooral om sociale elementen en gezondheidsaspecten. Dertig minuten bewegen per dag (lopen/ fietsen) is belangrijk is om gezond te blijven, dus moet er daarop worden ontworpen.

Bankjes

Bankjes zijn belangrijk: bankjes voor kinderen, bankjes voor hangjongeren, bankjes voor hangouderen. Om elkaar te ontmoeten, te spelen of even uit te rusten.

Er zijn altijd situaties die ertoe leiden dat bankjes door nabij wonende bewoners niet worden gewenst. Uit de discussie bleek dat de gemeente daarbij wel wat meer ‘ballen’ mag laten zien: het toegeven aan individuele bewonerswensen leidt tot een totaalbeeld dat niet wenselijk is. Temeer omdat bij inspraak vooral tegenstemmers komen; mensen die plannen prettig en wenselijk vinden zullen zelden inspreken.

Fietsparkeren

Volgens velen zijn er te weinig fietsparkeerplaatsen, en de plaatsen die er zijn zijn niet altijd makkelijk bereikbaar.
De stalling in de Kolfstraat is na 11.00 officieel niet fietsend bereikbaar en de stalling aan de Raamstraat is, door de trap en de lastig bedienbare lift, voor mensen met een beperking moeilijk te gebruiken, terwijl in deze stallingen plekken voor deze doelgroep zijn gereserveerd.

Verder is het niet wenselijk dat fietsen de doorgang belemmeren van nooduitgangen en gemarkeerde doorgangen.

Ook de fietser heeft verantwoording. Bij V&D bijvoorbeeld staan veel fietsen voor de deur, waardoor er bij calamiteiten problemen zullen ontstaan. Deze omgeving mag volgens de aanwezigen gewoon worden vrijgemaakt van fietsen, temeer omdat 5 meter om de hoek de bewaakte gratis stalling zit (sic).

Gedeelde ruimte (shared space)

Nu fietsen duidelijk in de lift zit blijkt ook dat fietsers en voetgangers last van elkaar gaan krijgen. Dit is vooral zichtbaar in steden waar meer dan 50% van de mensen de fiets gebruiken, zoals Groningen. Bij nieuwe woonwijken wordt daar al expliciet rekening mee gehouden. Zo is er in het Maximapark, in de uitbreidingslocatie bij Utrecht, een langzaam verkeer boulevard aangelegd van 8 meter breed. Dit blijkt in de praktijk goed te werken.
Als de ruimte te smal wordt neemt irritatie snel toe. In Dordrecht is de Wantijdijk daar een mooi voorbeeld van: de dijkkruin is ooit aangelegd als fietsroute naar het buitengebied, maar na nieuwbouw op de dijk werd het ook een wandelroute en uitlaatzone voor honden. Inmiddels zijn er vaak klachten over ‘de andere’ weggebruikers. Een (relatief goedkope) verbreding van het pad een kan leiden tot vergroting van de aantrekkelijkheid en oplossen van het ruimteprobleem.

In het oude centrum van Dordrecht speelt hetzelfde. Ook daar willen veel fietsers de gehele binnenstad doorfietsen (omdat het centrum van Dordrecht excentrisch ligt is bijna alle fietsverkeer bestemmingsverkeer). Terwijl in de Sarisgang fietsen niet na 11.00 gefietst mag worden, kan dit op het Achterom (dat sterk lijkt op de Sarisgang-inrichting) wel. Bezoekers begrijpen deze regelgeving niet en geven er zelf invulling aan, wat weer tot irritaties leidt. Ook hier geldt dat niet regelgeving/borden duidelijk moet maken wat er wordt verwacht maar de inrichting van de buitenruimte.
Door een aantal aanwezigen werd daarom kritiek geleverd op de wens van de gemeenteraad om in het centrum na 11.00 tot de winkelsluiting op bepaalde stroken fietsen toe te staan. Dit is niet realistisch, omdat de inrichting van de buitenruimte andere verwachtingen wekt en (dus) handhaven onhaalbaar zal blijken. Het Raadsplan leidt zelfs ook nog tot een warwinkel van borden. Velen willen fietsen toestaan omdat uiteindelijk fietsers voor de binnenstad hele belangrijke klanten zijn; de fiets is ook het winkelwagentje.

Kwaliteit wegdek

De voordelen van het ontwikkelde vergevingsgezinde fietspad moeten door de Gemeente consequent worden doorgevoerd, zoals de afgeschuinde trottoirbanden. Wanneer het van de weg geraken niet direct leidt tot een kleine botsing is de kans op ongelukken ook kleiner (vergelijk vangrail met grindbak in autoraces). Het zorgen voor een randje bij een verkeerslicht waar op kan worden geleund tijdens het wachten maakt het fietsen ook aantrekkelijker.

Scholen

In de Drechtsteden zijn er relatief veel basisscholen die meedoen aan het programma SCHOOL op SEEF. Dit is een in de provincie Zuid-Holland ontwikkelde programma rond verkeersveiligheid en fietsen. De aanwezigen zijn blij dat dit zo goed gaat. Maar ze zouden het prettig vinden wanneer nog meer scholen dat programma gaan gebruiken.;:
Door dit programma worden kinderen zelfstandiger in het verkeer en hebben ze als ze naar de middelbare school gaan ook minder kans op ongelukken:naast verkeersregels hebben ze ook verkeersinzicht geleerd.

Is is gewenst dat kinderen zo vroeg mogelijk zelfstandig naar school kunnen lopen of fietsen. Om dat te stimuleren moet het met de auto naar scholl brengen worden ontmoedigd, bijvoorbeeld door binnen 200m van de school geen parkeergelegenheid te maken.

Gedrag ouderen

Ouderen kunnen een training krijgen waarin wordt uitgelegd wat er allemaal veranderd wanneer men ouder wordt: o.a. het draaien van het hoofd wordt immers steeds moeilijker.
Het niet kunnen omkijken leidt tot zwabberen en ongelukken. Dat kan worden ondervangen door een goede fietsspiegel.

Aantrekkelijkheid

Het is prettig wanneer de wandeling / fietstocht door een leuk, aangenaam gebied gaat. Dit nodigt immers eerder uit tot het gebruik ervan.

De Vrieseweg (het deel tussen het Vrieseplein en de Singel) en de Sint Jorisweg worden onaantrekkelijke genoemd. Nu straten waar je snel doorheen wilt, er staat geen enkele boom in.
Sterke verbeteringen zouden zijn: ingerichten als fietsstraat en bomen planten.
Het stadsbeeld, waar er op het Vrieseplein en in het begin van de Vrieseweg juist weer veel bomen staan, zou ook veel beter worden.

Bij het inrichten van nieuwe fiets- en wandelverbindingen zou een dergelijke inrichting consequent moeten worden uitgevoerd.

Scootmobielen/ grotere fietsen/ skelters/ rollators

Er komt een groot aantal niet-reguliere voertuigen op het fietspad. Dat vraagt extra brede fietspaden en onderlinge verdraagzaamheid.

Er zijn op veel plaatsen paaltjes, hekjes en tourniquets geplaatst om brommers te weren. Voor veel van de nieuwe voertuigen (scootmobiels, mama-fietsen, bakfietsen, etc) vormen die een grote hindernis. Veel eenzijdige ongevallen worden hierdoor veroorzaakt. Door verschillende aanwezigen werd de gemeente opgeroepen om deze opstakels te verwijderen.
Park Merwestein is genoemd als voorbeeld. Om dit park te kunnen bezoeken moet men door een tourniquet. Dit is voor velen een lastige, niet uitnodigende manier. Door deze toegang makkelijker te maken wordt het voor hen ook makkelijker om het park te bezoeken.

Voorrang/ oversteken

Verkeerslichten en brede wegen vormen voor velen ook hindernis. In de reconstructie van het Van Baerleplantsoen is daar bijvoorbeeld rekening mee gehouden. De verkeerslichten zijn verwijderd en er is een brede middenberm aangelegd waardoor de oversteek in twee fases kan plaatsvinden. Verder wordt de snelheid van het autoverkeer vertraagd.

Wegen waar de verkeerslichten beter kunnen worden afgesteld of de voorrangssituatie aangepast ten gunste van de doorstroming van de fietsers:
rotonde bij de Toulonselaan
de inrit bij het tuincentrum op de Hastingsweg
de Stadspolderring
Karel Doormanweg.
Het stimuleren van 2 x groen voor fietsers, zoals in Eindhoven nu gebeurt, werd als voorbeeld genoemd.

Voor kinderen geldt letterlijk dat zij kleiner zijn. Door oversteken zo te situeren dat kinderen worden gezien en ze zelf ook goed kunnen zien wordt de kans op ongelukken kleiner.

Conclusie

Het mooier/ leefbaarder maken van hun omgeving is niet alleen de verantwoordelijkheid is van de gemeente maar ook van de inwoners. De gespreksleider Conny Taheij riep iedereen dan ook op om daarmee aan de slag te gaan.

De plannen van de gemeente voor de aanpak van de Schil vormen daarbij een mooie aanleiding om ook over de inrichting van de Vriesestraat en de Sint Jorisweg te spreken, zodat Dordrecht een gezondere stad is zodra zij binnenkort 800 jaar stadsrechten heeft.

Verder is het goed om te overleggen over de actualisering van de Nieuwe Normmens (zie bijlage)

Wat is er immers mooier dan een 800-jarige stad die goed is voor 8-jarigen en 80-jarigen.

Foto’s

Foto’s over de avond zijn terug te vinden op de Facebookpagina. Klik daarvoor hier.

Bronnen